ECLI:NL:RVS:2020:1144
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- D.A. Verburg
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende zorgvuldige behandeling
De vreemdeling verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf, welke door de staatssecretaris op 6 juli 2018 werd afgewezen. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde, stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling stelde dat haar bijzondere situatie onvoldoende was meegewogen, met name dat zij geen biologische ouders meer heeft en wordt verzorgd door de partner van haar pleeggrootmoeder (referente). Zij verzocht om een gezamenlijke behandeling van haar aanvraag met die van deze partner om het gezinsleven zorgvuldig te kunnen beoordelen.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank en de staatssecretaris onvoldoende rekening hadden gehouden met de samenhang tussen de situatie van de vreemdeling en die van de partner van referente. Dit leidde tot een onzorgvuldige beoordeling. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 25 februari 2019 vernietigd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.