ECLI:NL:RVS:2020:1104
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging vergunningen uitbreiding minicampings Veere en proceskostenvergoeding
Het college van burgemeester en wethouders van Veere verleende bij 59 afzonderlijke besluiten vergunningen voor het exploiteren van tien extra standplaatsen op kleinschalige kampeerterreinen. Appellant, eigenaar van een minicamping met 15 standplaatsen, wilde uitbreiden tot 25 en betwistte 56 van deze verleende vergunningen. De rechtbank vernietigde het besluit van het college en herroept de 56 vergunningen, omdat deze niet op geldige aanvragen waren gebaseerd.
Het college stelde dat appellant geen belang meer had bij het hoger beroep vanwege intrekking van de Kampeerverordening 2015, maar de Afdeling oordeelde dat appellant wel belang had bij beoordeling van het hoger beroep, dat zich richtte op de proceskostenvergoeding. Het college stelde incidenteel hoger beroep in, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van een rechtsgeldig besluit tot instellen daarvan binnen de termijn.
De Afdeling verwierp het beroep van appellant op een hogere proceskostenvergoeding, omdat het college geen bijzondere omstandigheden had geschapen die een afwijking van het forfaitaire stelsel rechtvaardigen. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het college werd veroordeeld tot vergoeding van €262,50 aan proceskosten voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van het college niet-ontvankelijk en de vernietiging van de vergunningen bevestigd.