ECLI:NL:RVS:2019:960
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Helder
- J.A. Hagen
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Havenstraatterrein wegens onvoldoende planologische bescherming museumtramlijn
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam stelde op 6 februari 2018 hogere grenswaarden vast voor het bestemmingsplan Havenstraatterrein, gevolgd door vaststelling van het bestemmingsplan op 14 maart 2018. Diverse belanghebbenden, waaronder gebruikers van het terrein, een belangenvereniging en de Vereniging Rijdend Electrisch Trammuseum (RETM) en Stichting Electrische Museumtramlijn Amsterdam (EMA), stelden beroep in tegen deze besluiten.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de beroepen van gebruikers en de belangenvereniging ontvankelijk waren, maar inhoudelijk ongegrond of niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang bij de hogere grenswaarden en exploitatieplan. De Vereniging RETM en Stichting EMA voerden aan dat de historische tramspoorlijn en stallingloodsen ten onrechte niet als zodanig waren bestemd, en dat de wijzigingsbevoegdheden onvoldoende uitvoerbaar en objectief begrensd zijn.
De Afdeling stelde vast dat de raad onvoldoende gewicht had toegekend aan de belangen van RETM en EMA bij het behoud van de tramspoorlijn en stallingloodsen. De uitvoerbaarheid van de wijzigingsbevoegdheden was onvoldoende aangetoond en de gevolgen voor RETM en EMA onvoldoende meegewogen. Daarom werd het bestemmingsplan vernietigd en de raad opgedragen binnen vier weken de uitspraak te verwerken in het elektronische planregister. Proceskosten werden aan RETM en EMA toegekend.
Uitkomst: Het bestemmingsplan Havenstraatterrein wordt vernietigd vanwege onvoldoende bescherming van de historische museumtramlijn; overige beroepen worden afgewezen of niet-ontvankelijk verklaard.