ECLI:NL:RVS:2019:784
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Herziening afwijzing uitkering schadefonds geweldsmisdrijven bij mensenhandel en seksuele uitbuiting
Appellante vroeg een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven aan wegens mensenhandel en gedwongen prostitutie, met ernstig geestelijk letsel als gevolg. De Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) wees de aanvraag af wegens onvoldoende objectieve aanwijzingen en contra-indicaties, zoals arrestatie voor een vals paspoort en het ontbreken van politiecontroles in de opgegeven prostitutiezones. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep overwoog de Afdeling bestuursrechtspraak dat de contra-indicaties onvoldoende zwaarwegend waren en onvoldoende onderbouwd om het relaas van mensenhandel te weerleggen. Medisch-psychologische rapportages van gespecialiseerde behandelaren en een iMMO-rapport bevestigden het verband tussen het letsel en mensenhandel. De Afdeling vernietigde de eerdere uitspraak en het besluit van de CSG, en kende een uitkering toe.
De Afdeling oordeelde dat de toegewezen letselcategorie 4 passend was, omdat appellante geen verzwarende omstandigheden zoals extreem geweld of een zeer lange periode had aangetoond. Tevens werd geoordeeld dat de kosten van de iMMO-rapportage redelijk waren en vergoed moesten worden, evenals proceskosten voor rechtsbijstand. De CSG werd veroordeeld tot vergoeding van € 4.446,75 voor de deskundigenkosten en € 2.304,00 aan proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State kent appellante een uitkering toe uit het schadefonds en veroordeelt de Commissie tot vergoeding van deskundigen- en proceskosten.