ECLI:NL:RVS:2019:630
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep inzake wijziging persoonsgegevens in basisregistratie personen
Appellanten verzochten het college van burgemeester en wethouders van Den Helder om wijziging van hun persoonsgegevens in de basisregistratie personen (BRP). Het college wees de verzoeken deels af en handhaafde deze besluiten in bezwaar. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond omdat de overgelegde geboorteaktes en andere documenten onvoldoende bewijs boden voor de gevraagde wijzigingen.
Appellanten stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. Het college stelde incidenteel hoger beroep in. Tijdens de procedure bleek dat appellanten niet langer in de gemeente Den Helder stonden ingeschreven, maar in een andere gemeente. Hierdoor ontbrak het procesbelang voor het hoger beroep omdat het college niet langer bevoegd was om wijzigingen in de BRP door te voeren.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het ontbreken van een actueel en reëel belang tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep leidt. Ook het incidenteel hoger beroep van het college werd niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellanten en het incidenteel hoger beroep van het college zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.