ECLI:NL:RVS:2019:554
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij asielverblijfsvergunning
De staatssecretaris heeft op 19 juni 2018 besloten de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit op 25 juli 2018 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de ontvankelijkheid van het hoger beroep, omdat het hogerberoepschrift op 7 augustus 2018 werd ingediend, terwijl de termijn van één week na de digitale bekendmaking op 25 juli 2018 op 1 augustus 2018 was geëindigd. De gemachtigde van de vreemdeling voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat zij op 25 juli 2018 geen toegang had tot de uitspraak in het digitale systeem Mijn Rechtspraak.
De Raad van State stelde vast dat de uitspraak op 25 juli 2018 in Mijn Rechtspraak was geplaatst en dat op die dag een notificatie was verzonden zonder technische verstoringen. De gemachtigde had geen hulp gezocht bij problemen en probeerde pas op 7 augustus 2018 opnieuw toegang te krijgen. Hierdoor was de termijnoverschrijding niet verschoonbaar.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.