ECLI:NL:RVS:2019:1407
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 6 december 2018 heeft de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 13 februari 2019 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. De kern van het geschil betrof de vraag of het hoger beroep tijdig was ingesteld. De wettelijke termijn voor het instellen van hoger beroep bedraagt een week na de digitale bekendmaking van de uitspraak van de rechtbank.
Uit technisch onderzoek bleek dat de uitspraak op 13 februari 2019 in het digitale systeem Mijn Rechtspraak was geplaatst en dat op die dag een notificatie van de uitspraak was verzonden aan de gemachtigde van de vreemdeling. De gemachtigde voerde aan de notificatie niet te hebben ontvangen en dat de uitspraak pas op 25 februari 2019 bekend was gemaakt, maar kon dit niet onderbouwen.
De Raad van State oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.