ECLI:NL:RVS:2019:54
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- G.M.H. Hoogvliet
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor overtreding Arbeidstijdenwet door gezagsverhouding werkgever
De minister legde aan [appellante] een bestuurlijke boete op wegens het niet deugdelijk registreren van arbeids- en rusttijden, in strijd met artikel 4:3 van Pro de Arbeidstijdenwet (Atw). Na bezwaar werd de boete verlaagd van €88.000 naar €41.000. De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat [appellante] als werkgever moest worden aangemerkt vanwege de feitelijke aansturing van chauffeurs, ondanks dat het dochterbedrijf [bedrijf] de vervoersactiviteiten uitvoerde.
In hoger beroep betoogde [appellante] dat zij niet als werkgever kon worden gezien, omdat het vervoer en de aansturing door [bedrijf] plaatsvonden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat er wel degelijk sprake was van een gezagsverhouding tussen [appellante] en de chauffeurs, mede op grond van de ritplanning en aansturing door de voormalige directeur van [appellante].
Daarnaast faalde het betoog dat de boete gematigd moest worden wegens vermeende verminderde verwijtbaarheid, omdat [appellante] niet tijdig de benodigde gegevens had verstrekt. De Afdeling stelde dat een werkgever geacht wordt op de hoogte te zijn van zijn verplichtingen en dat het late aanleveren van gegevens geen reden is voor matiging.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €41.000 wordt bevestigd.