ECLI:NL:RVS:2019:4377
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.G. Sevenster
- D.A. Verburg
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen rechtmatig verblijf en dwangsom bij niet tijdig besluit bezwaar
De zaak betreft een beroep van een vreemdeling tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin is vastgesteld dat hij geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan heeft gehad. Eerder had de Afdeling een eerdere uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van de staatssecretaris vernietigd, waarna een nieuw besluit werd genomen.
In het nieuwe besluit verklaarde de staatssecretaris het bezwaar van de vreemdeling ongegrond en stelde dat hij geen dwangsom verschuldigd was omdat de vreemdeling Nederland inmiddels had verlaten. De Afdeling oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is voor zover het gericht is tegen de vaststelling dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf had, omdat hij Nederland heeft verlaten en daardoor geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling.
Wel oordeelt de Afdeling dat de staatssecretaris ten onrechte heeft gesteld geen dwangsom verschuldigd te zijn, omdat hij niet tijdig op het bezwaar heeft beslist. De Afdeling stelt de hoogte van de dwangsom vast op €947,- en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van €512,-. De uitspraak is gedaan op 24 december 2019.
Uitkomst: Beroep niet-ontvankelijk voor verblijfsrecht en gegrond voor dwangsom van €947,- wegens niet tijdig beslissen op bezwaar.