ECLI:NL:RVS:2019:4144
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- E. Steendijk
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dwangsom wegens niet tijdig beslissen op bezwaar tegen last onder bestuursdwang hotelmatig gebruik woning
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Zuid heeft bij besluit van 1 maart 2017 aan appellant onder bestuursdwang gelast het hotelmatige gebruik van zijn woning te staken, omdat dit in strijd was met het bestemmingsplan "De Pijp 2005". Na constatering van toeristen in de woning op 16 maart 2017 werd de woning gesloten door vervanging van de sloten. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 6 maart 2018 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Appellant voerde onder meer aan dat het dagelijks bestuur niet bevoegd was tot sluiting, dat de sluiting onevenredig en punitief was, en dat hij onjuist was geïnformeerd. Ook stelde hij dat het bestuursorgaan onrechtmatig te laat had beslist op zijn bezwaar, waardoor een dwangsom verschuldigd was. De Afdeling oordeelt dat de sluiting een feitelijke handeling is en geen besluit, en dat het dagelijks bestuur bevoegd was tot tenuitvoerlegging. De stellingen over onevenredigheid en punitief karakter slagen niet.
De Afdeling stelt vast dat appellant zijn ingebrekestelling niet onredelijk laat heeft ingediend en dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat geen dwangsom verschuldigd was. De Afdeling vernietigt het bestreden besluit voor zover het dwangsom betreft en stelt de hoogte van de dwangsom vast op €1.260,-. Tevens veroordeelt zij het college tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak stelt een dwangsom van €1.260,- vast wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar tegen de last onder bestuursdwang.