ECLI:NL:RVS:2019:4130
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit en inreisverbod wegens nationale veiligheid
De staatssecretaris heeft op 7 mei 2018 een terugkeerbesluit en inreisverbod uitgevaardigd tegen de vreemdeling. Hiertegen heeft de vreemdeling bezwaar gemaakt en beroep ingesteld, dat door de rechtbank ongegrond werd verklaard. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat hij de zitting van 10 december 2019 kon bijwonen.
De voorzieningenrechter overwoog dat partijen hun standpunten mondeling moeten kunnen toelichten tijdens een zitting, maar dat dit recht niet absoluut is en een belangenafweging vereist. De staatssecretaris stelde dat de aanwezigheid van de vreemdeling een gevaar voor de nationale veiligheid vormt. De voorzieningenrechter vond het belang van de staatssecretaris om het terugkeerbesluit en inreisverbod niet te schorsen zwaarder wegen dan het belang van de vreemdeling bij de schorsing.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd het beroep op een eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter verworpen, omdat toen de situatie omtrent nationale veiligheid anders was. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen vanwege het zwaardere belang van nationale veiligheid.