ECLI:NL:RVS:2019:4109
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering ambtshalve uitzetting vreemdeling achterwege te laten
De staatssecretaris weigerde ambtshalve te bepalen dat de uitzetting van de vreemdeling achterwege blijft. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris voldoende onderzoek had gedaan naar de medische situatie van de vreemdeling door het Bureau Medische Advisering (BMA) te raadplegen, en dat het BMA-advies de mogelijkheid tot reizen bevestigde zonder aanvullende reisvoorwaarden. De rechtbank had dit ten onrechte onvoldoende meegewogen.
De vreemdeling voerde aan dat het BMA-advies onjuist was, onder meer omdat het ziekenhuis in Vietnam niet bereikbaar zou zijn, en dat de noodzakelijke medische behandeling niet toegankelijk was. De Raad van State verwierp deze gronden, omdat de staatssecretaris aannemelijk had gemaakt dat het ziekenhuis operationeel is en de vreemdeling onvoldoende had aangetoond dat de behandeling niet toegankelijk is.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Het besluit van de staatssecretaris blijft gehandhaafd en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris blijft gehandhaafd.