ECLI:NL:RVS:2019:3901
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing oplegging rijvaardigheidsonderzoek en schorsing rijbewijs
Het CBR legde appellant een onderzoek naar zijn rijvaardigheid op en schorste zijn rijbewijs naar aanleiding van een incident waarbij appellant over een verdrijvingsvlak invoegde en betrokken raakte bij een aanrijding. Na een eerdere uitspraak waarin de motivering werd bekritiseerd, nam het CBR een nieuw besluit met aangepaste motivering, maar handhaafde het besluit.
Appellant voerde aan dat het enkele incident onvoldoende basis bood voor het vermoeden van onvoldoende rijvaardigheid en dat er geen sprake was van rijden tegen de rijrichting. Het CBR stelde dat het rijgedrag, met name de plaats op de weg, een vermoeden rechtvaardigde dat appellant niet over de vereiste rijvaardigheid beschikte, en dat een herhaling niet noodzakelijk is voor het opleggen van een onderzoek.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het CBR terecht een vermoeden van onvoldoende rijvaardigheid aannam en dat het onderzoek noodzakelijk is ter bevordering van de verkeersveiligheid. De schorsing van het rijbewijs werd niet meer betwist en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit van het CBR tot oplegging van een rijvaardigheidsonderzoek en schorsing van het rijbewijs blijft in stand.