ECLI:NL:RVS:2019:3843
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen omgevingsvergunning voor verbouwing bedrijfspand naar appartementen in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Weert verleende op 29 mei 2018 een omgevingsvergunning aan een vergunninghoudster voor het verbouwen van een bedrijfspand naar vier appartementen en een magazijn. Het perceel viel onder het bestemmingsplan Binnenstad 2009 met de enkelbestemming 'Wonen' en de functieaanduiding 'detailhandel'. Het bouwplan was in strijd met het bestemmingsplan omdat het aantal woningen toenam.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant tegen deze vergunning ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het college ten onrechte de uniforme openbare voorbereidingsprocedure had toegepast, terwijl de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing was volgens artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wabo in verbinding met artikel 4, onderdeel 9, van Bijlage II van het Bor.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wabo niet mogelijk was. De afwijking van het bestemmingsplan betrof het binnen de bebouwde kom gebruiken van bouwwerken zonder vergroting van het bouwvolume, waardoor de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing was. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het college werd opgedragen het beroep als bezwaar te behandelen.
Daarnaast werd bepaald dat tegen het te nemen besluit op bezwaar slechts beroep bij de Afdeling kan worden ingesteld. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het college moet het beroep als bezwaar behandelen.