ECLI:NL:RVS:2019:3749
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over kampeervergunning Veere met voorwaarden en permanente standplaatsen
Het college van burgemeester en wethouders van Veere weigerde aanvankelijk een kampeervergunning en omgevingsvergunning voor een kleinschalig kampeerterrein met 25 standplaatsen, waaronder 5 permanente, op een perceel te Veere. Na intrekking van deze besluiten verleende het college een kampeervergunning voor 25 niet-permanente standplaatsen onder voorwaarden, waaronder een minimale afstand van 50 meter van het parkeerterrein tot de bestemming 'Wonen'.
De appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde beroep in bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De rechtbank verklaarde het beroep deels niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang, maar vernietigde het besluit op bezwaar voor zover het de kampeervergunning betrof en stelde vast dat de vergunning ook 5 permanente standplaatsen omvatte en dat de voorwaarde over het parkeerterrein verviel.
Het college stelde dat het hoger beroep misbruik van procesrecht was, maar de Raad van State oordeelde dat het instellen van hoger beroep gerechtvaardigd was. De appellant voerde aan dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk verklaarde en het besluit niet volledig vernietigde. De Raad van State verwierp deze gronden en bevestigde het vonnis van de rechtbank, waarmee de kampeervergunning onder de genoemde voorwaarden definitief werd vastgesteld.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 6 november 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.