ECLI:NL:RVS:2019:3542
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- G.M.H. Hoogvliet
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit staatssecretaris over rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde bij besluit van 28 september 2016 vast dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan in Nederland had. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank dit besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen. De staatssecretaris stelde bij besluit van 14 mei 2019 het bezwaar opnieuw ongegrond, waarna de vreemdeling opnieuw beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het besluit van 14 mei 2019 werd vernietigd vanwege een ondeugdelijke motivering en het onterecht afzien van het horen van de vreemdeling in bezwaar, terwijl er actuele belangen speelden in haar gezinssituatie. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
De Afdeling bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, waarbij onder meer rekening moet worden gehouden met het feit dat de vreemdeling en haar echtgenoot tot 2012 geen beroep deden op het socialebijstandsstelsel en dat de vreemdeling alsnog gehoord moet worden. De uitspraak werd openbaar gedaan op 22 oktober 2019.
Uitkomst: Het besluit van 14 mei 2019 wordt vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.