ECLI:NL:RVS:2019:3365

Raad van State

Datum uitspraak
8 oktober 2019
Publicatiedatum
7 oktober 2019
Zaaknummer
201903007/1/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • E. Steendijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep staatssecretaris tegen weigering beschermd wonen vreemdeling

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bood de vreemdeling onderdak aan in de vrijheidsbeperkende locatie te Ter Apel (VBL) en verwees hem voor beschermd wonen naar de gemeente Amsterdam. De vreemdeling maakte bezwaar tegen deze beslissing, dat door de staatssecretaris ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde het besluit voor zover de staatssecretaris geweigerd had beschermd wonen te verlenen, en beval een nieuw besluit.

De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat het aanbod van onderdak in de VBL niet onterecht was en verklaarde het hoger beroep gegrond. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover deze het besluit van 11 mei 2018 vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.

De Afdeling stelde vast dat er geen overige beroepsgronden waren die niet door de rechtbank waren besproken en verklaarde het beroep in zoverre ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd uitgesproken door een enkelvoudige kamer op 8 oktober 2019.

Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd voor zover beschermd wonen werd toegewezen.

Uitspraak

201903007/1/V1.
Datum uitspraak: 8 oktober 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 20 maart 2019 in zaak nr. 18/3997 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij brief van 22 januari 2018 heeft de staatssecretaris de vreemdeling onderdak in de vrijheidsbeperkende locatie te Ter Apel (hierna: de VBL) aangeboden en hem in reactie op zijn verzoek hem een maatwerkvoorziening in de vorm van beschermd wonen te verstrekken verwezen naar de gemeente Amsterdam.
Bij besluit van 11 mei 2018 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 20 maart 2019 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep deels gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, voor zover de staatssecretaris geweigerd heeft hem beschermd wonen te verlenen, en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij desgevraagd een schriftelijke reactie ingediend.
De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. W.G. Fischer, advocaat te Haarlem, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven en nadere stukken van 24 juli 2019, 12 augustus 2019 en 1 oktober 2019 ingediend.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1.    De in het hogerberoepschrift opgeworpen rechtsvraag heeft de Afdeling beantwoord bij uitspraak van 30 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3281. Uit deze uitspraak volgt dat de staatssecretaris niet ten onrechte op het verzoek van de vreemdeling om hem opvang te verlenen heeft gereageerd met het aanbod van onderdak in de VBL. Hieruit vloeit voort dat de eerste grief slaagt.
2.    Het hoger beroep is alleen al daarom gegrond. Het is niet nodig om wat de staatssecretaris verder heeft aangevoerd te bespreken. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, voor zover zij het besluit van 11 mei 2018 heeft vernietigd voor zover de staatssecretaris geweigerd heeft de vreemdeling beschermd wonen te verlenen en de staatssecretaris heeft opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Omdat er geen beroepsgronden zijn die de rechtbank niet heeft besproken, is het beroep alsnog ongegrond voor zover het zich richt tegen de reactie van de staatssecretaris op het verzoek van de vreemdeling. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.    verklaart het hoger beroep gegrond;
II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 20 maart 2019 in zaak nr. 18/3997, voor zover zij het besluit van 11 mei 2018 heeft vernietigd voor zover de staatssecretaris geweigerd heeft de vreemdeling beschermd wonen te verlenen en de staatssecretaris heeft opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen;
III.    verklaart het in die zaak ingestelde beroep in zoverre ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Schuurman, griffier.
w.g. Steendijk    w.g. Schuurman
lid van de enkelvoudige kamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 oktober 2019
284-864.