ECLI:NL:RVS:2019:3360
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens twijfel aan geloofwaardigheid seksuele gerichtheid
De vreemdeling, van Afghaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in op grond van zijn homoseksualiteit en vrees voor vervolging bij terugkeer. Eerdere besluiten van de staatssecretaris hadden zijn seksuele gerichtheid geloofwaardig bevonden, maar de aanvraag afgewezen wegens een gevaar voor de openbare orde. Deze besluiten werden vernietigd, waarna de staatssecretaris in een nieuw besluit de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid niet langer aannam. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege schending van het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat hij vrij is om van standpunten terug te komen, ook zonder nieuwe feiten, mits hij dit deugdelijk motiveert. De Raad van State bevestigde dat de staatssecretaris het recht heeft om zijn standpunt te wijzigen zolang hij dit goed onderbouwt, en vond dat de rechtbank ten onrechte het vertrouwensbeginsel had toegepast.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris voldoende motivering had gegeven voor zijn gewijzigde standpunt, mede gebaseerd op nieuw verkregen informatie uit een aanvullend gehoor. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, dat van de vreemdeling ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor verdere behandeling met inachtneming van de motivering van de Afdeling.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor herbeoordeling.