ECLI:NL:RVS:2018:1165
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel na uitleveringsprocedure
De vreemdeling, een Russische militair, had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel ingediend die door de staatssecretaris werd afgewezen. Na een eerdere intrekking van het besluit werd de aanvraag opnieuw afgewezen op 3 mei 2017. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de staatssecretaris terecht van de juistheid van het uitleveringsverzoek is uitgegaan en dat hij de geloofwaardigheid van de vreemdeling omtrent afpersingen, desertie en kennis van topstaatsgeheimen zorgvuldig heeft beoordeeld en gemotiveerd. De vreemdeling had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het uitleveringsverzoek gefingeerd was.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.