ECLI:NL:RVS:2019:328
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens intrekking omgevingsvergunningaanvraag
Appellant had beroep ingesteld tegen het besluit van het college omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van woonunits en huisvesting van arbeidsmigranten, waarbij de rechtbank het college had opgedragen een nieuw besluit te nemen. Na het uitblijven van een nieuw besluit stelde appellant het college in gebreke en startte een procedure wegens niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk na verzet van het college. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
Tijdens de procedure gaf het college aan dat de aanvraag omgevingsvergunning door de tuindersbedrijf was ingetrokken. Appellant betwistte de intrekking en stelde dat hij belanghebbende is bij het besluit vanwege de illegale huisvesting van arbeidsmigranten nabij zijn perceel. De Afdeling stelde vast dat de intrekking rechtsgeldig was en dat appellant geen actueel en reëel belang meer had bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep.
De Afdeling oordeelde dat zij niet hoefde in te gaan op de inhoudelijke gronden van het hoger beroep en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een actueel en reëel belang na intrekking van de aanvraag omgevingsvergunning.