ECLI:NL:RVS:2019:3250
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over ontbreken belanghebbende bij handhavingsverzoeken tuinhuis
Het college van burgemeester en wethouders van Woerden wees verzoeken van appellant en Freeheart B.V. af om handhavend op te treden tegen een zonder omgevingsvergunning gebouwd tuinhuis en het gebruik daarvan op een perceel te Zegveld. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant en Freeheart B.V. gegrond en vernietigde de besluiten, maar verklaarde de bezwaren tegen de oorspronkelijke besluiten niet-ontvankelijk.
In hoger beroep betoogden appellant en Freeheart B.V. dat zij wel belanghebbenden zijn omdat zij rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervinden van het tuinhuis, zoals zichtbelemmering en hinder. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het criterium van gevolgen van enige betekenis ontbreekt, omdat appellant geen zicht heeft op het tuinhuis en de hinder niet significant is. Ook Freeheart B.V. ondervindt slechts geringe gevolgen die niet als van enige betekenis kunnen worden aangemerkt.
De Afdeling concludeerde dat appellant en Freeheart B.V. niet als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt bij de verzoeken om handhavend op te treden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.