ECLI:NL:RVS:2019:3188
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- J. Hoekstra
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning kantoorruimte op bedrijventerrein Drachten
Het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland verleende van rechtswege een omgevingsvergunning voor het gebruik van een pand als kantoorruimte op een bedrijventerrein in Drachten, ondanks dat zelfstandige kantoren daar niet zijn toegestaan volgens het bestemmingsplan. Gedeputeerde Staten van Fryslân maakten bezwaar vanwege strijd met het Streekplan en een bestuurlijke afspraak om geen nieuwe kantoorruimte te ontwikkelen. Het college verklaarde het bezwaar gegrond en weigerde de vergunning alsnog.
De rechtbank Noord-Nederland oordeelde dat Gedeputeerde Staten als belanghebbenden konden worden aangemerkt en dat het college de vergunning in redelijkheid mocht weigeren. Appellant stelde dat Gedeputeerde Staten geen belanghebbenden waren en dat de weigering onterecht was omdat het slechts ging om een gebruikswijziging van een bestaand pand, niet om een nieuw kantorenterrein.
De Raad van State overwoog dat Gedeputeerde Staten een rechtstreeks belang hebben bij de vergunning omdat deze strijdig kan zijn met het provinciale belang bij het tegengaan van een overschot aan kantoorruimte. Verder is het college bevoegd om de vergunning te weigeren indien deze strijdig is met een goede ruimtelijke ordening, waarbij provinciaal en gemeentelijk beleid relevant zijn. De Raad bevestigde dat het college de vergunning in redelijkheid mocht weigeren en verwierp het hoger beroep.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning voor kantoorruimte op het bedrijventerrein.