ECLI:NL:RVS:2017:3274
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van besluit herroeping omgevingsvergunning voor detailhandel op bedrijventerrein
Bij besluit van 8 februari 2016 is van rechtswege een omgevingsvergunning verleend aan wederpartij voor het afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van detailhandel op een bedrijventerrein. Het college van burgemeester en wethouders heeft deze vergunning op 17 mei 2016 herroepen naar aanleiding van een bezwaar van het college van gedeputeerde staten van Overijssel. De rechtbank verklaarde het bezwaar van gedeputeerde staten niet-ontvankelijk en vernietigde het herroepingsbesluit.
Het college van gedeputeerde staten en het college van burgemeester en wethouders stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat gedeputeerde staten wel degelijk als belanghebbende kunnen worden aangemerkt bij de vergunningverlening, ondanks dat de omgevingsverordening instructies aan gemeenteraden geeft die niet rechtstreeks doorwerken bij vergunningverlening.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling, omdat de rechtbank geen inhoudelijk oordeel had gegeven over de aangevoerde gronden door wederpartij. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee wordt bevestigd dat provinciale belangen bij ruimtelijke ordening een directe rol kunnen spelen bij vergunningverlening, ook als de omgevingsverordening geen directe toetsing voorschrijft.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.