ECLI:NL:RVS:2019:3169
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning met onderhoudsvoorschriften voor beschoeiing langs hoofdwatergang
Het dagelijks bestuur van het Waterschap Noorderzijlvest verleende aan appellant een watervergunning voor het plaatsen van een beschoeiing langs een hoofdwatergang bij zijn perceel te Westerwijtwerd. Appellant maakte bezwaar tegen twee voorschriften in de vergunning die hem verplichten tot onderhoud van de beschoeiing en het rusten van die onderhoudsplicht op zijn perceel.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het dagelijks bestuur bevoegd is op grond van artikel 6.20 Waterwet voorschriften te verbinden aan de vergunning ter bescherming van waterstaatkundige belangen. De reden van vergunningaanvraag is daarbij niet relevant.
Verder overwoog de Afdeling dat het onderhoud van de hoofdwatergang berust bij het waterschap, tenzij anders is bepaald. De beschoeiing vormt geen onderdeel van de watergang waarvoor het waterschap onderhoudsplichtig is, mede gelet op de overdimensionering van de watergang en het ontbreken van onderhoudspaden langs het perceel. Het waterschap heeft de voorschriften in redelijkheid aan de vergunning kunnen verbinden. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning met onderhoudsvoorschriften wordt bevestigd.