ECLI:NL:RVS:2019:3087
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor bouwplan ondanks strijd met beheersverordening Prins Hendrikpark
Het college van burgemeester en wethouders van Baarn verleende op 3 mei 2018 een omgevingsvergunning voor het slopen van een woning en bouwwerken en het bouwen van een nieuwe woning en bijgebouwen op twee percelen te Baarn. De appellant, wonende op een nabijgelegen perceel, maakte bezwaar tegen de bouw van de nieuwe woning en bijgebouwen vanwege strijd met de beheersverordening en mogelijke aantasting van zijn woon- en leefklimaat.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de ruimtelijke onderbouwing zorgvuldig was en dat het college het bouwplan in redelijkheid mocht toestaan. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep. De Afdeling oordeelt dat de rechtbank terecht geen nader onderzoek heeft gelast en dat de belangenafweging door het college voldoende zorgvuldig is geweest.
De Afdeling gaat in op diverse beroepsgronden van appellant, waaronder de toetsing aan de beheersverordening, de ruimtelijke onderbouwing, en de belangenafweging. Zij concludeert dat de rechtbank en het college de relevante aspecten voldoende hebben gemotiveerd en dat de bezwaren van appellant onvoldoende zijn om de vergunning te weigeren. Ook wordt het relativiteitsvereiste toegepast waardoor bepaalde gronden niet tot vernietiging leiden.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning wordt bevestigd.