ECLI:NL:RVS:2019:3021
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over toepassing indicatiebesluit CIZ bij huurtoeslagberekening
De Belastingdienst/Toeslagen stelde de huurtoeslag van een huurder over 2015 definitief vast op €1.112,00 en vorderde het teveel ontvangen voorschot terug. De huurder betwistte dit omdat het inkomen van een medebewoner, die zorg ontvangt, niet mee zou moeten tellen. De rechtbank verklaarde het beroep van de huurder gegrond en oordeelde dat het indicatiebesluit van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voldoende was om het inkomen buiten beschouwing te laten.
De Belastingdienst stelde in hoger beroep dat het indicatiebesluit alleen een indicatie voor ambulante begeleiding bevatte en niet voor verblijf, waardoor het inkomen van de medebewoner terecht moest worden meegeteld. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dit en vernietigde het deel van het vonnis waarin de rechtbank de rechtsgevolgen van het bezwaarbesluit niet in stand liet.
De Afdeling oordeelde dat de verzorgingsbehoefte die leidt tot het buiten beschouwing laten van het inkomen enkel geldt bij een indicatie voor verblijf, niet voor ambulante begeleiding. Hierdoor blijft het inkomen van de medebewoner meetellen bij de huurtoeslagberekening. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de rechtsgevolgen van het bezwaarbesluit van 8 januari 2018 blijven in stand.
Uitkomst: Het inkomen van de medebewoner wordt terecht meegerekend bij de huurtoeslagberekening, en de rechtsgevolgen van het bezwaarbesluit blijven in stand.