ECLI:NL:RVS:2019:2937
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onjuiste toepassing grensoverschrijdende dienstverrichting en matiging boete
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan appellante een boete van €48.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Deze boete werd bevestigd in bezwaar en beroep bij de rechtbank. Appellante stelde dat sprake was van een zuivere grensoverschrijdende dienstverrichting en dat de boete gematigd moest worden wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de vreemdelingen niet in dienst waren van het Roemeense bedrijf [bedrijf A], maar als zelfstandige ondernemers werden aangemerkt. Hierdoor viel de situatie niet onder de Detacheringsrichtlijn en was de Wav onverkort van toepassing. De rechtbank had daarom terecht geoordeeld dat appellante een tewerkstellingsvergunning had moeten hebben.
Wel werd geoordeeld dat de procedure in eerste aanleg ruim vijf maanden langer dan de redelijke termijn had geduurd, zodat de boete met 5% verminderd moest worden. De Afdeling vernietigde het eerdere vonnis en het boetebesluit, matigde de boete tot €45.600 en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
Uitkomst: De boete wordt gematigd tot €45.600 en het boetebesluit vernietigd wegens onjuiste toepassing van de grensoverschrijdende dienstverrichting en overschrijding van de redelijke termijn.