ECLI:NL:RVS:2015:3938
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.J. van Eck
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete van 120.700 euro voor overtreding Arbeidstijdenwet na hoger beroep
De minister legde de vennootschap een boete van €123.200 op wegens overtredingen van artikel 4:3, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd de boete verminderd tot €120.700 vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De vennootschap stelde in hoger beroep meerdere bezwaren, waaronder het gebruik van het softwareprogramma DIANTA door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), de bevoegdheid van ILT inzake GPS-gegevens, de hoogte van de boete en haar financiële situatie.
De Raad van State oordeelde dat het betoog over het softwaregebruik faalt omdat de vennootschap geen bewijs leverde dat DIANTA gegevens niet correct heeft ingelezen. Ook was het inzien van GPS-gegevens door ILT gerechtvaardigd en viel dit onder zakelijke gegevens als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht. De vennootschap kon geen matiging van de boete afdwingen op grond van haar financiële situatie, omdat zij geen onhoudbare situatie aannam en een betalingsregeling trof.
Verder werd geoordeeld dat de redelijke termijn niet was overschreden, aangezien de termijn pas begon te lopen vanaf het voornemen tot boeteoplegging in januari 2013 en de uitspraak binnen vier jaar volgde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; boete van €120.700 bevestigd.