ECLI:NL:RVS:2019:291
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende risico op ernstige schade bij terugkeer
De vreemdeling, van Sri Lankaanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd, stellende dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat er geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer bestond.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat de rechtbank ten onrechte het tijdsverloop tussen de laatst geloofwaardige vervolging in 2013 en de terugkeer onvoldoende had meegewogen. Tevens wees hij op het feit dat de vreemdeling na 2013 zonder problemen een paspoort had verkregen en Sri Lanka legaal had verlaten, wat duidt op afwezigheid van negatieve aandacht van autoriteiten.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met deze omstandigheden en dat het tijdsverloop wel degelijk relevant is bij de beoordeling van het risico op ernstige schade. Verder is niet aannemelijk gemaakt dat de vreemdeling tot de risicogroep behoort die bij terugkeer in negatieve belangstelling staat. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 31 januari 2019.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.