ECLI:NL:RVS:2015:2438
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende nieuw feiten
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, die door de staatssecretaris op 29 november 2012 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hij hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De vreemdeling stelde dat uit recente ambtsberichten over Sri Lanka blijkt dat Tamils die terugkeren een reëel risico lopen op schending van artikel 3 EVRM Pro, wat een nieuw feit of veranderde omstandigheid zou zijn. De Raad van State bevestigt dat deze ambtsberichten inderdaad een intensivering van negatieve aandacht van de Sri Lankaanse autoriteiten voor terugkerende Tamils aantonen, wat een nieuw feit kan zijn.
Echter, de vreemdeling heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij als activist wordt beschouwd, die een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro. Daarom is het hoger beroep kennelijk ongegrond en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd met verbetering van de gronden.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.