ECLI:NL:RVS:2019:2889
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over beëindiging betalingsregeling kindgebonden budget
De zaak betreft een geschil tussen appellant en de Belastingdienst/Toeslagen over de beëindiging van een betalingsregeling voor het kindgebonden budget over 2014. De Belastingdienst had de regeling beëindigd omdat appellant niet tijdig had betaald en geen toeslagen meer ontving voor verrekening.
De rechtbank had het bezwaar tegen de beëindiging van de regeling vernietigd wegens gebrekkige motivering, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Ook verklaarde de rechtbank het beroep tegen aanmaningskosten en invorderingsrente niet-ontvankelijk. Appellant stelde dat de brief van 28 augustus 2017 wel een besluit is en dat verrekening met andere toeslagen nog mogelijk was.
De Afdeling oordeelt dat de brief van 28 augustus 2017 wel een besluit is met rechtsgevolgen en dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand heeft gelaten. De Belastingdienst moet opnieuw beslissen op het bezwaar, waarbij ook moet worden ingegaan op de verrekening en betalingen van appellant.
Verder bevestigt de Afdeling dat aanmaningskosten en invorderingsrente geen zelfstandige besluiten zijn waartegen bezwaar mogelijk is. De proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op €117,04 voor reiskosten van de gemachtigde van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en de Belastingdienst dient opnieuw te beslissen op het bezwaar tegen het besluit tot beëindiging van de betalingsregeling.