ECLI:NL:RVS:2017:1776
Raad van State
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen verrekening toeslagen door Belastingdienst
De appellant had huur- en zorgtoeslag aangevraagd voor de jaren 2006 en 2007. De Belastingdienst stelde deze toeslagen definitief vast en vorderde te veel ontvangen voorschotten terug. De appellant werd gemaand tot betaling en er vond een verrekening plaats van terugvorderingen met toegekende voorschotten in 2015. De appellant maakte bezwaar tegen deze verrekeningen, maar de Belastingdienst verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat bezwaar tegen verrekeningen niet-ontvankelijk is op grond van het wettelijke kader en dat aanmaningen geen bestuursbesluiten zijn waartegen bezwaar mogelijk is. De appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Zij oordeelde dat op grond van artikel 12 lid 1 Awir Pro bezwaar tegen verrekeningsbeschikkingen niet mogelijk is en dat aanmaningen geen besluiten zijn in de zin van de Awb. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.