ECLI:NL:RVS:2019:2874
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- G.M.H. Hoogvliet
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling beëindiging verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan onvoldoende gemotiveerd
De vreemdeling, een Spaanse gemeenschapsonderdaan, had haar verblijfsrecht in Nederland verloren verklaard gekregen door de staatssecretaris. Dit besluit werd bevestigd door de rechtbank, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de staatssecretaris onvoldoende heeft onderzocht of de vreemdeling, die geen beroep deed op het socialebijstandsstelsel, toch voldoende middelen van bestaan had om als economisch inactieve rechtmatig te verblijven. De eerdere vaststelling dat zij onvoldoende middelen had, was niet deugdelijk gemotiveerd.
De Afdeling vernietigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep gegrond. De staatssecretaris wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij de omstandigheid dat de vreemdeling geen beroep deed op de sociale bijstand wordt betrokken. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit dat het verblijfsrecht van de vreemdeling is geëindigd wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit.