ECLI:NL:RVS:2019:2861
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vrijheidsbeperkende maatregel aan vreemdelingen op Schiphol
Op 6 april 2019 zijn twee vreemdelingen van Paraguayaanse nationaliteit op Schiphol aangekomen, waar hun Schengenvisa zijn ingetrokken en zij de toegang tot Nederland werd geweigerd. De ambtenaar heeft hen opgedragen te verblijven in de internationale lounge in afwachting van vertrek, een vrijheidsbeperkende maatregel die op 8 april 2019 werd opgeheven na uitzetting.
De rechtbank had geoordeeld dat het verblijf van twee nachten in de lounge onredelijk lang was en feitelijk neerkwam op vrijheidsontneming zonder geldig besluit, en had de beroepen van de vreemdelingen gegrond verklaard met toekenning van schadevergoeding. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het verblijf in de lounge geen vrijheidsontneming is zoals bedoeld in artikel 5 EVRM Pro, en dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat sprake was van onrechtmatige vrijheidsontneming. De grief van de staatssecretaris slaagt en het hoger beroep wordt gegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen ongegrond verklaard.