ECLI:NL:RVS:2019:2590
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging proceskostenvergoeding in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde de staatssecretaris tot een proceskostenvergoeding van € 256,00.
De vreemdeling ging in hoger beroep tegen de hoogte van deze proceskostenvergoeding, stellende dat de rechtbank onterecht een wegingsfactor van 0,5 (licht) had toegepast in plaats van 1,0 (gemiddeld). De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte van de standaard wegingsfactor was afgeweken zonder voldoende reden.
De Afdeling vernietigde daarom het deel van het vonnis dat de lagere proceskostenvergoeding oplegde en veroordeelde de staatssecretaris tot een hogere vergoeding van € 1.024,00. De rest van het vonnis van de rechtbank bleef in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de proceskostenvergoeding aan de vreemdeling wordt verhoogd naar € 1.024,00.