ECLI:NL:RVS:2019:2589
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft op 5 april 2017 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde het daarop ingestelde beroep op 24 oktober 2017 ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling hield de behandeling aanvankelijk aan in afwachting van een prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie, maar na intrekking van het verzoek en aanvullende asielmotieven werd de zaak opnieuw in behandeling genomen. De Afdeling oordeelde dat het eerste grief niet tot vernietiging leidt, maar dat het tweede grief slaagt omdat de rechtbank onvoldoende heeft onderzocht of zij en de staatssecretaris de nieuwe asielmotieven in het beroep konden betrekken.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de zaak terug voor herbehandeling met inachtneming van de overwegingen. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen met vergoeding van proceskosten.