ECLI:NL:RVS:2019:2529
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen aanwijzing voor franchisegever als zorgaanbieder onder Wkkgz
De minister van Volksgezondheid legde aan DDN een aanwijzing op wegens het niet tijdig treffen van maatregelen om risico's van niet beveiligde thermostaatkranen bij franchisenemers weg te nemen. DDN betwistte dat zij als franchisegever als zorgaanbieder kon worden aangemerkt. De rechtbank oordeelde dat DDN geen zorgaanbieder is omdat de franchisenemers zelfstandig zorg verlenen en contracten met cliënten sluiten.
De minister ging in hoger beroep en stelde dat DDN wel degelijk zorgaanbieder is vanwege haar sturende rol en verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van zorg binnen de franchiseformule. De Raad van State oordeelde dat DDN als franchisegever de zorgconcepten ontwikkelt en faciliteert, maar geen feitelijke zorg verleent. De franchisenemers zijn zelfstandige ondernemers die zelf verantwoordelijk zijn voor de zorgverlening en contracten met cliënten.
De Raad van State benadrukte dat de franchiseovereenkomst en de feitelijke bedrijfsvoering bepalen wie als zorgaanbieder geldt. De controle van DDN betreft naleving van de franchiseformule, niet de wettelijke kwaliteitseisen van zorg. De minister heeft DDN ten onrechte een aanwijzing opgelegd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat DDN geen zorgaanbieder is en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.