ECLI:NL:RVS:2019:2400
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel en toewijzing proceskosten
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 12 februari 2015 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris binnen zes weken een nieuw besluit moest nemen, rekening houdend met nieuwe asielmotieven die voor het eerst in beroep waren aangevoerd.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraken. Tijdens de procedure werd de behandeling aangehouden in afwachting van een prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie, welke later werd ingetrokken. Vervolgens werd de behandeling voortgezet en gesloten.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat zij en de staatssecretaris nieuwe asielmotieven die voor het eerst in beroep waren aangevoerd, moesten betrekken bij de beoordeling. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank werden bevestigd met verbetering van de gronden.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank bevestigd met veroordeling tot proceskostenvergoeding.