ECLI:NL:RVS:2019:2361
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging wijziging geboortedatum in basisregistratie personen na afwijzing college
Het college van burgemeester en wethouders van Middelburg wees het verzoek van een inwoner om zijn geboortedatum in de basisregistratie personen (BRP) te wijzigen af, omdat niet was vastgesteld dat de geregistreerde datum onjuist was. De verzoeker had een gelegaliseerd Iraaks birth certificate en paspoort overgelegd met een andere geboortedatum dan in de BRP stond geregistreerd.
De rechtbank oordeelde dat de geboortedatum in de BRP onjuist was en dat het verzoek ten onrechte was afgewezen. De rechtbank stelde dat het birth certificate en het Iraakse paspoort authentieke documenten zijn die op de verzoeker betrekking hebben, mede omdat de gegevens overeenkomen en de geboorte vóór zijn binnenkomst in Nederland is geregistreerd.
Het college ging in hoger beroep en stelde dat het birth certificate niet gelijkwaardig is aan een geboorteakte en dat het paspoort na binnenkomst in Nederland is afgegeven, waardoor het niet doorslaggevend zou zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze argumenten en bevestigde dat het paspoort als brondocument geldt en dat de verzoeker aannemelijk heeft gemaakt dat originele gerechtelijke uitspraken in Irak niet worden verstrekt.
De Afdeling oordeelde dat het college het verzoek ten onrechte heeft afgewezen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betalen van griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.