ECLI:NL:RVS:2019:229
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor strijdig gebruik pand met bestemmingsplan in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde op 28 juli 2016 een last onder dwangsom op aan [appellant] vanwege het gebruik van studio’s in een pand te Den Haag in strijd met het bestemmingsplan, met name voor prostitutie en logies. [Appellant] voerde aan dat de verhuur bestemd was voor expats die er daadwerkelijk wonen, en dat het college de verhuur aan toeristen jarenlang had gedoogd.
De rechtbank oordeelde dat het gebruik van de studio’s als logies en short stay in strijd is met de woonbestemming van het bestemmingsplan en verklaarde het beroep van [appellant] ongegrond. In hoger beroep stelde [appellant] dat het vertrouwensbeginsel was geschonden en dat de financiële gevolgen van handhaving onevenredig zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat geen sprake is van concrete, ondubbelzinnige toezeggingen die een gerechtvaardigd vertrouwen rechtvaardigen. Ook is het feit dat het gebruik al langere tijd plaatsvindt onvoldoende voor rechtvaardiging van het niet-handhaven. De financiële gevolgen wegen niet op tegen het algemeen belang van handhaving.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom bevestigd.