ECLI:NL:RVS:2019:2150
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J.W. van de Gronden
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning wegens onvoldoende motivering en onderzoek naar zakelijk samenwerkingsverband
Het college van burgemeester en wethouders van Breda weigerde op 13 januari 2017 een omgevingsvergunning voor het realiseren van woningen en winkelruimten op een perceel te Breda. Deze weigering was gebaseerd op een advies van het Landelijk Bureau Bibob (LBB) dat ernstige vermoedens van strafbare feiten en financieel voordeel bij betrokkene aanwees. Het college stelde dat betrokkene, eigenaar van de panden, redelijkerwijs gelijk kon worden gesteld met appellant, de aanvrager van de vergunning, en dat er een zakelijk samenwerkingsverband tussen hen bestond.
De rechtbank bevestigde deze gronden en verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat betrokkene niet gelijkgesteld kon worden omdat het enkel formeel eigenaar was en dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat er een zakelijk samenwerkingsverband bestond. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college onvoldoende feiten en omstandigheden had aangetoond om betrokkene gelijk te stellen met appellant en dat het college onvoldoende onderzoek en motivering had gegeven over het vermeende zakelijk samenwerkingsverband.
De Afdeling draagt het college op binnen achttien weken het gebrek in het besluit te herstellen door een deugdelijke motivering te geven, inclusief een advies van het LBB over het zakelijk samenwerkingsverband. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldigheid en motivering bij toepassing van de Wet Bibob en de Wabo.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de omgevingsvergunning wordt vernietigd en het college wordt opgedragen het besluit binnen achttien weken te herstellen met een deugdelijke motivering.