ECLI:NL:RVS:2019:1840
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toevoeging gesubsidieerde rechtsbijstand wegens financieel resultaat nalatenschap
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de intrekking van een toevoeging voor gesubsidieerde rechtsbijstand door de raad. De toevoeging betrof een erfrechtelijke procedure over de nalatenschap van de ouders van appellant en zijn broer en zus. De intrekking werd gebaseerd op het feit dat appellant een financieel resultaat behaalde dat hoger was dan het normbedrag, waardoor hij geacht wordt de kosten van rechtsbijstand zelf te kunnen dragen.
De rechtbank oordeelde dat de zaak waarvoor de toevoeging was verleend pas definitief was afgerond met de vaststellingsovereenkomst over de nalatenschap, en dat het behaalde resultaat het normbedrag overschrijdt. Appellant voerde aan dat de toevoeging slechts betrekking had op de eerste aanleg en niet op de vaststellingsovereenkomst, en dat de intrekking daarom onterecht was.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank. De toevoeging omvatte zowel de procedure in eerste aanleg als de advieswerkzaamheden die leidden tot de vaststellingsovereenkomst. Het financiële resultaat van de nalatenschap, inclusief de vaststellingsovereenkomst, overschrijdt het normbedrag. De intrekking van de toevoeging is daarom terecht en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de toevoeging voor gesubsidieerde rechtsbijstand wordt bevestigd omdat het financiële resultaat van de nalatenschapszaak het normbedrag overschrijdt.