ECLI:NL:RVS:2019:1756
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J. Kramer
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning samenvoegen woningen en bouwactiviteiten in Rotterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verleende omgevingsvergunningen voor het samenvoegen van twee woningen tot één woning, het uitbouwen van een garage, het realiseren van terrassen en het verbreden van een oprit op percelen in Rotterdam. Appellante, wonend nabij deze percelen, maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het samenvoegen van woningen in strijd is met het bestemmingsplan en dat de vergunningverlening voor de terrassen het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel schendt. Verder stelde zij dat de terrassen niet als zelfstandige bouwwerken mogen worden beschouwd en dat het bouwplan strijdig is met het Bouwbesluit 2012. Ook betoogde zij dat de vergunning voor de oprit niet apart had mogen worden verleend.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bestemmingsplan het samenvoegen van woningen niet verbiedt en dat de vergunningverlening voor de terrassen niet in strijd is met het vertrouwens- of gelijkheidsbeginsel. Het relativiteitsvereiste stond een beroep op bepaalde bouwvoorschriften niet in de weg, maar appellante werd niet in haar belangen geraakt. De vergunning voor de oprit was terecht apart verleend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.