ECLI:NL:RVS:2019:1207
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J. Kramer
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit CBR ongeschiktheid bestuurder wegens medicinale cannabis bij ADHD en PDD-NOS
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde appellant ongeschikt voor het besturen van motorrijtuigen categorie B vanwege medicinale cannabisgebruik in combinatie met ADHD en PDD-NOS. Appellant had bezwaar gemaakt tegen dit besluit, dat door de rechtbank werd afgewezen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het CBR en de rechtbank ten onrechte doorslaggevende betekenis hebben toegekend aan het feit dat medicinale cannabis niet in de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) is opgenomen als behandeloptie voor deze aandoeningen.
De Afdeling stelt vast dat appellant weliswaar medicinale cannabis gebruikt, maar dat dit niet automatisch leidt tot misbruik in de zin van de Regeling eisen geschiktheid 2000. De psychiater baseerde haar oordeel vooral op de richtlijnen van de NVvP, terwijl deze richtlijnen geen bindende rechtsregels zijn en niet specifiek ingaan op rijgeschiktheid bij medicinale cannabisgebruik. Ook is onvoldoende rekening gehouden met het therapeutisch karakter van het gebruik en de positieve effecten op de rijvaardigheid.
De Afdeling concludeert dat het besluit van het CBR niet deugdelijk is gemotiveerd en vernietigt het besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het CBR wordt opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen, waarbij het alle relevante informatie en omstandigheden zorgvuldig moet betrekken. Tevens wordt het CBR veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het CBR tot ongeschiktheid wordt vernietigd en het CBR moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.