ECLI:NL:RVS:2019:116
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen vaststelling bestemmingsplan Landhuis Spreeuwenburg te Vught
De raad van de gemeente Vught stelde op 23 maart 2017 het bestemmingsplan 'Landhuis Spreeuwenburg, Taalstraat' vast, dat de bouw van een nieuw landhuis op een historisch perceel mogelijk maakt. Tegen dit besluit hebben Vereniging het Groene Hart Brabant en twee omwonenden beroep ingesteld vanwege bezwaren over aantasting van cultuurhistorische waarden, groenstructuur, archeologische belangen en het woon- en leefklimaat.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellanten ontvankelijk zijn omdat zij een rechtstreeks belang hebben bij het besluit. De Afdeling beoordeelde vervolgens of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De cultuurhistorische waarden zijn volgens de raad versterkt door de herontwikkeling, en de Afdeling vond dit standpunt redelijk. Ook de welstandsbeoordeling en de stedenbouwkundige inpassing werden als voldoende onderbouwd beschouwd.
Ten aanzien van de archeologische waarden stelde de Afdeling vast dat de Monumentenwet 1998 nog van toepassing is en dat de planregels voldoende bescherming bieden. De bezwaren op dit punt konden niet leiden tot vernietiging van het besluit. Verder oordeelde de Afdeling dat de aantasting van de groenstructuur aanvaardbaar is binnen het kader van de Nota Groen en dat het woon- en leefklimaat niet onaanvaardbaar wordt aangetast. Gezien deze overwegingen verklaarde de Afdeling de beroepen ongegrond en wees zij proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De beroepen tegen het bestemmingsplan Landhuis Spreeuwenburg worden ongegrond verklaard.