ECLI:NL:RVS:2019:1091
Raad van State
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en toewijzing proceskosten bij niet tijdig beslissen woningurgentie
De zaak betreft het hoger beroep van een appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een urgentieverklaring voor woningtoewijzing. De rechtbank had het beroep van appellant gegrond verklaard, het besluit van het college vernietigd en het college opgedragen binnen drie weken een nieuw besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.
Appellant stelde vervolgens beroep in tegen het niet tijdig nemen van dat nieuwe besluit en verzocht de rechtbank de verbeurde dwangsom vast te stellen. De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding af omdat het beroepschrift niet aan de vereisten van artikel 6:12 Awb Pro voldeed en appellant het beroep had ingetrokken.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat appellant het college eerst in gebreke had moeten stellen alvorens beroep in te stellen. Gezien de concrete termijn was het niet redelijk om een ingebrekestelling te verlangen. De Afdeling vernietigt de uitspraak en stelt de proceskosten vast op €768,- voor beroepsmatige rechtsbijstand en veroordeelt het college tot vergoeding van deze kosten en het griffierecht van €423,-.
Het college heeft niet gereageerd op de verzoeken en wordt geacht aan het beroep tegemoet te zijn gekomen. De Afdeling wijst erop dat verzet tegen deze uitspraak mogelijk is binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.