ECLI:NL:RVS:2018:796
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris heeft op 21 december 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De rechtbank heeft dit besluit op 13 februari 2018 bevestigd door het beroep van de vreemdeling ongegrond te verklaren. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en dat zij gedurende deze periode opvang en verstrekkingen moet ontvangen op grond van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers. Dit verzoek werd toegewezen overeenkomstig eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand, tot een bedrag van € 501,00. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos op 8 maart 2018.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.