ECLI:NL:RVS:2018:676
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag wegens niet-betaling kosten 2012-2013
Appellante heeft kinderopvangtoeslag aangevraagd voor de opvang van haar twee kinderen bij een kinderopvanginstelling waarvan zij vennoot was. De Belastingdienst stelde bij besluiten in 2015 en 2016 het recht op toeslag over 2012 en 2013 op nihil vast en vorderde te veel betaalde voorschotten terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel alle kosten had voldaan, waarbij zij stelde dat openstaande kosten waren verrekend met vorderingen op de kinderopvanginstelling. De Raad van State oordeelde dat appellante dit niet voldoende had aangetoond. De stukken lieten geen concrete verrekening zien, noch het tijdstip daarvan. Ook waren openstaande bedragen niet te beschouwen als afrondingsverschillen.
Verder stelde appellante dat de Belastingdienst het gelijkheidsbeginsel had geschonden door een andere vennoot wel toeslag toe te kennen. De Raad van State verwierp dit omdat de toeslag aan die vennoot ten onrechte was toegekend en de Belastingdienst niet verplicht is fouten te herhalen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.