ECLI:NL:RVS:2018:632
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris heeft op 27 december 2017 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 31 januari 2018 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om niet uitgezet te worden en om opvang en verstrekkingen gedurende de duur van het hoger beroep toewijsbaar was, mede gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350). De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit kosten van beroepsmatige rechtsbijstand.
De voorzieningenrechter bepaalde daarom dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en legde de proceskostenveroordeling op aan de staatssecretaris. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 23 februari 2018.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.