ECLI:NL:RVS:2018:609
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen vaststelling bestemmingsplan Harlingen Plan Zuid fase 2
Bij besluit van 12 juli 2017 stelde de raad van de gemeente Harlingen het bestemmingsplan 'Harlingen Plan Zuid, fase 2' vast, gericht op de herontwikkeling van een braakliggend terrein met nieuwbouw van huurwoningen. Een vastgoedontwikkelaar, actief in dezelfde markt en regio, stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat het plan in strijd was met een samenwerkingsovereenkomst uit 2004.
De Raad van State oordeelde dat de appellant als belanghebbende moet worden aangemerkt vanwege het directe concurrentiebelang. De kern van het geschil betrof de uitleg van artikel 6 van Pro de samenwerkingsovereenkomst, waarin de gemeente zich verplichtte markttechnische conflicten te voorkomen. De rechtbank had eerder geoordeeld dat deze bepaling alleen betrekking heeft op uitbreidingsplannen in de stad Harlingen, terwijl het bestreden bestemmingsplan een inbreidingsplan betreft.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dat de raad zich terecht op het standpunt stelde dat artikel 6 niet Pro van toepassing was op het bestemmingsplan. Ook het beroep dat de Crisis- en Herstelwet ten onrechte werd toegepast, werd verworpen omdat deze wet van rechtswege van toepassing is. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan Harlingen Plan Zuid fase 2 wordt ongegrond verklaard.